vrijdag 21 september 2007

Toepassingen van de My Library optie van Google Books

In mijn aanhoudende queeste op zoek naar betere presentatiemogelijkheden van boeken heb ik zitten experimenteren met de nieuwste loot aan de Google-boom: de My Library optie van Google Books. Je kunt daar boeken uit de database van Google Books in een eigen virtuele bibliotheek zetten en van tags/labels voorzien. Ik heb verplichte en aanbevolen literatuur van studies aan mijn Faculteit (Geowetenschappen Utrecht) bij elkaar gezet. Ongeveer 70% was beschikbaar in Google Books. Ik heb de boeken twee labels gegeven: de cursuscode en een code voor de verschillende studies in Bachelor en Master. Ik heb nog niet van alle vakken de literatuurgegevens binnen, dus het is nog zeker niet compleet.

Het is voor mij puur een verkenning van de mogelijkheden. Geen best practice, maar een wild idee. Het systeem heeft een aantal sterke en zwakke punten (ook ten opzichte van alternatieven als Librarything of Shelfari). Het is echter nog heel vers, dus ik verwacht veel verbeteringen de komende maanden. Het meest interessant zijn denk ik de mogelijke toepassingen. Die heb ik hieronder op een rij gezet.

Zie de virtuele bibliotheek die ik heb aangemaakt:
http://books.google.com/books?as_list=BDZi30YYQmO_GtoiC4qs-GhSCnLP9IB-zseMf8Bynyme5TAoPPw
(werkt het beste in de Engelstalige interface van google.com en met 100 treffers per pagina (in te stellen via voorkeuren/preferences)

Sterke punten:

  1. full text doorzoekbaarheid van alle boeken in je bibliotheek die een ‘limited preview’ of ‘full view’ hebben
  2. bekendheid van de Google interface
  3. er zitten ook al vrij veel Nederlandstalige titels in
  4. interessante metainformatie: verwijzingen naar boeken uit vanuit websites, artikelen en vanuit andere boeken, flapteksten, inhoudopgaven, plaatsnamen op een kaart (helaas geen landsnamen), belangrijke termen, verwante boeken
  5. de database wordt voortdurend groter en per titel rijker
  6. RSS ondersteuning
  7. snelle invoering op basis van een lijst ISBN’s
  8. je kunt de lijst makkelijk delen met anderen door de URL te verspreiden; als je je titels van labels hebt voorzien kun je ook een lijst delen van alleen titels met een bepaald label

Zwakke punten:

  1. je kunt zelf geen titels toevoegen maar bent afhankelijk van de inhoud van Google Books
    niet van alle titels zijn omslagen gescand, dat ziet er wat minder mooi uit
  2. een nog vrij aanzienlijk deel van de boeken heeft nog geen ‘preview’ wat ook betekent dat de overige metainformatie vrij rudimentair is
  3. je kunt nu per Google account maar één My Library hebben
  4. er zijn verschillende interfaces afhankelijk van de gekozen taal: het werkt het beste in de Engelstalige interface van google.com
  5. het totaal van in te voeren labels lijkt beperkt tot 256 karakters
  6. de presentatievolgorde van de lijsten is op toevoegdatum/tijd en niet beïnvloedbaar (geen sortering A-Z of op publicatiejaar)
  7. je kunt (op dit moment) wel klikken op tags/labels, maar niet zoeken op (één of meer) labelteksten
  8. het is alleen beschikbaar voor boeken, het zou mooi zijn als Google Scholar hierbij ook wordt betrokken, zodat ook artikelen in een virtuele bibliotheek kunnen worden geplaatst

Mogelijke toepassingen:

- voor studenten

  • hulpmiddel bij verkenning van een boek: het bekijken van reviews, flapteksten en voor links uit websites, artikelen (via Google Scholar) en andere boeken plaatst het boek in zijn context
  • link naar online boekhandels om het eventueel op die manier aan te schaffen
  • relatief snelle weg naar catalogus (via de link find this book in a library naar Worldcat en aldaar als locatie intypen ‘Utrecht’) om het boek te lenen/reserveren
  • boeken doorzoeken bij bestudering

- voor studiekiezers/cursuskiezers

  • snel een idee krijgen van de inhoud van een cursus aan de hand van de literatuur

- voor docenten

  • kijken of er nieuwere edities van hun opgegeven boeken zijn (nog niet erg betrouwbaar)
  • kijken via boeklinks en verwante boeken of er alternatieven zijn voor de opgegeven literatuur
  • studenten als oefening reviews laten schrijven

- voor vakspecialisten, collectiespecialisten, informatiespecialisten

  • hulp bij aanschaf: kijken via boeklinks en verwante boeken of er andere titels zijn, gerelateerd aan de cursusliteratuur, die mogelijk interessant zijn voor aanschaf
  • basis voor opdrachten in practica informatievaardigheden
  • snel navigeren naar boekpagina bij uitgever

- voor PR/voorlichters

  • mogelijk (digitaal) afdrukken van van hele groepen omslagminiaturen van de boeken voor wervings- en voorlichtingsdoelen

donderdag 20 september 2007

TICER Digital libraries à la Carte

Alweer enkele weken geleden heb ik een berg aardige zaken gehoord tijdens de TICER Summer School in Tilburg. Vier van de vijf dagen was ik daar en heb 15 presentaties bijgewoond. Het gemiddelde niveau was redelijk hoog, de discussietijd en partcipatie groot en de organisatie uitstekend. Ik zal hier niet alle presentaties volledig bespreken, maar pik de krenten uit de pap. Op de TICER site staat het volledige TICER 2007 programma, vaak compleet met papers en presentaties. Voor de Utrechters: ik heb ook een map met print van vrijwel alle presentaties.


John Wilbanks van Science Commons sprak behalve over copyright vooral ook over repositories. Aardig daarbij vond ik de suggestie, vast niet nieuw, van overlay journals. Dit zijn fictieve tijdschriften op basis van losse artikelen die in een of meerdere repositories zitten. Ik vraag me af hoe wetenschappers hier zelf over denken, wat er nu al is en wat de meerwaarde is ten opzichte van (her)groepering van artikelen via wetenschappelijke store-and-share sites als Connotea en CiteUlike.


Britte Christensen-Dalsgaard van de State and University Library Aarhus deed verslag van een onderzoek onder gebruikers (met een klein en, maar wel diepgaand, met dagboekjes e.d.). Aantrekkelijk vond ik de indeling van gebruikers in bepaalde typen en het evalueren en baseren van diensten daarop. De onderscheiden typen waren drive-in-user (schatting 85%), worker-bee (10%) enlibrary-enthusiast (5%). Deze categoriën lijken mij nog wel wat grof om echt nuttig te zijn. Ik zou wel eens uitgezocht willen zien welke typen onderzoekers en studenten er zijn naar gelang kenmerken van hun informatie-workflow inclusief gebruik van ICT en webtools. Dat is interessant voor ons, maar ook voor IVLOS en faculteiten. Ik zal mijn gedachten daarover binnenkort eens iets verder uitwerken.


Peter Binkley van de University of Alberta ging in op alle mogelijkheden om de catalogus beter te laten functioneren. Daar zijn wij zelf natuurlijk ook al uitgebreid naar aan het kijken. Hij legde wel vij veel nadruk op het fundamentele probleem van de beperkte hoeveelheid data om relevance ranking op te baseren. Daarnaast was hij erg enthusiast over faceted search en gaf daarvan nog een paar aardige voorbeelden, zoals het heel mooie maar ook erg uitgebreide faceted search systeem Blacklight van de University of Viginia Libraries. Binkley had ook de voor mij nieuwe karakterisering van web 2.0: Web 1.0 was the human readable web, Web 2.0 is the machine readable web. Tenslotte brak hij een lans voor "place your resources where your users live". Dat betekentdat je zorgt dat je bij je belangrijkste zoeksystemen een link hebt met "plaats een ... zoekbox op uw eigen site". Willen wij catalogus of Omega zoekboxen op facultaire sites, intranetten, WebCT/Blackboard, Netvibes en iGoogle? Waarom niet?


Sakai is software waar ik me al langer eens in wilde verdiepen. Dat dat nu voor mij gedaan werd is het prettige van dit soort bijeenkomst. Chuck Severance, de directeur van Sakai legde uit hoe deze open source software werkt en voor wat voor instellingen het interessant is. Qua mogelijkheden houdt Sakai het midden tussen e-learning systemen als Blackboard en webplatforms als Sharepoint. Het is open en goed aanpasbaar aan locale eisen. Er zijn nu enige honderden instellingen die Sakai gebruiken. Ik vermoed dat dit gezien keuzes van ICT-UU voor Utrecht een voorlopig gepasseerd station is. Of dat station goed bekeken is weet ik niet.


Peter Doorn, voormalig geograaf-collega en nu bij DANS sprak over het belang van en de mogelijkheden tot opslaan en delen van onderzoeksdata. Technisch en qua rechten is dat lastig. Bovendien moeten datasets dan ook een identifier hebben, zodat er naar verwezen kan worden. Toch gebuert er nu al veel. In de sideline refereerde hij aan iets aardigs: Swivel, een soort YouTube voor datasets: minder sexy, maar voor de wetenschap wellicht wel praktisch.


Dat we niet genoeg kunnen doen aan een goede exposure van diensten en producten in de zoekmachines en sites als Wikipedia wist ik wel, maar Joan Lippincott van de Coalition for Networked Information herinnerde ons gelukkig aan een recent artikel in DLib over het effect van linking van digitale collecties in Wikipedia uitgevoerd door de Unviersity of Washington Library. Het gebruik steeg gigantisch. Een aanrader voor onze schitterende digitale collecties.

Stimulerend waren de verhalen van Anne Bell (university of Warwick) over learning enviroments. Zij gaf voorbeelden van Glasgow, Sheffield en Warwick waar fysieke aanpassingen van bibliotheken samengingen met innovatie van de dienstverlening. Daar heeft men zich gerealiseerd dat de bibliotheek zou moeten verschuiven van 'centre of the campus' naar 'centre of student learning'. De fysieke leeromgevingen (learning spaces) die zijn gecreëerd bieden het gehele spectrum van koffieruimte tot afgesloten plekken voor langdurige studie in stilte, maar het grootste deel is voor gemengd sociaal en studiegebruik waar studenten op dezelfde plaats kunnen werken, studeren, overleggen en kletsen in ruimtes die heel weining star zijn. Het adagium is "make it their space". Dat dit in het VK (en de VS) dan vaak 24/7 kan verbaast mij altijd, daar wil ik wel eens wat meer over horen. Het innovatieve van de dienstverlening was het inzetten van herkenbare studenten als assistenten die medestudenten ondersteunen met vragen over Office en het vinden en verwerken van bronnen. Na aanvankelijke argwaan bij informatiespecialisten bleek het goed te werken, omdat studenten minder schroom hebben een medestudent aan te schieten. De vernieuwing zat ook in de samenwerking met IT-support en computerleerzalen. De ambulante assistenten dragen ook bij aan de sociale controle en het intensiveren van contact tussen student en bibliotheek. Even vrij doordenekend zou je op de desktop van UB-computers een mogelijkheid kunnen maken op die ambulante assistenten op te piepen met behulp van sms of iets dergelijks. Iets dat ook goed werkte en heel flexibel inzetbaar blijkt zijn digitale informatieborden in de belangrijkste ruimtes. Hierop kunnen actuele berichten, ondersteuning van bewegwijzering, algemeen (universiteits)nieuws en gerichte promotie van bronnen worden afgewisseld.

Uiteraard was er nog veel meer met boeiende ideeën over gaming, screensavers, meer visuele websites, het niet denken in collecties maar in vakgebieden, het bijbrengen van noties over auteursrecht door studenten zelf mash-ups te laten maken, dure maar drempelverlagende chatbots en wat al niet meer ....

Jeroen